Meer over uien
terug

Uien

Uien behoren, met o.a. bieslook, knoflook, daslook en prei , tot het geslacht Allium. Daslook komt oorspronkelijk voor in de jonge duinen ten zuiden van Bergen N-H., waar kalk in de bodem zit, en om dezelfde reden ook in Zuid-Limburg. Verder komt hij voor als stinzeplant (verwilderd na import op een landgoed) op landgoederen in Friesland en bij Oud Amelisweerd. De daslook in het Hoge Bos (noordoost van de Vossegatse dijk) zal ontsnapt zijn uit het landgoed. Precies daar zien we echter ook een concentratie wilde bieslook, wat er op duidt dat er kalk in de grond zit.

Bieslook is echt een plant van het rivierengebied. Bodemonderzoek in het Kromme Rijngebied heeft aangetoond dat kalkafzetting voorkwam op (oude) stroomruggen en dat de kalkrijke plekken erg lokaal afgebakend en verspreid liggen. Dat spoort met de geschiedenis van de Kromme Rijn als zeer brede en sterk meanderende rivier, die in de loop der eeuwen vele malen is gaan verliggen. Ga eens kijken op het landgoed Oostbroek (achter de Uithof) waar de Kromme Rijn vroeger ook geweest is en nu nog een geamputeerd stuk rivier te zien is. En het Romeinse castellum op de plek van het Domplein, lag toen maar iets ten zuiden van de Kromme Rijn, die iets verder naar het westen Oude Rijn (naar Leiden / Katwijk) werd. Geen wonder dat bisschop Godebald in 1122 besloot dat de ontginning van het gebied moest beginnen met de afdamming van de rivier bij Wijk bij Duurstede, waarna de Vaartse Rijn richting Vreeswijk moest zorgen voor een alternatieve handelsroute.

Uien – want daar hadden we het over - worden al sinds de prehistorie gegeten en geteeld. Rauw, als voedsel voor het gewone volk; er zit aardig wat suiker in. En zo na de elfde eeuw steeds meer als smaakmaker in het eten voor de betere kringen. De typische smaak en de tranentrekkerij komen van zwavelhoudende aromatische olie. Ook zit er fosfor in, wat bij mevrouw Uyldert leidt tot de aanbeveling als eten voor hersenwerkers (van de materialist Moleschott is de uitspraak : ‘ Zonder fosfor geen gedachte’). Wie niet tegen uien kan, maar de smaak wel bevalt, kan stukjes bleekselderij gebruiken met wat asafoetida poeder (toko). Alleen lente-uitjes en bosuien en prei bewaart u in de koelkast, de gewone uien (geel, wit, rood, sjalot) op een koele donkere plek.

 



Terug naar overzicht
Home
Zoek
Nieuws Contact Ligging