Schorseneren
Vul een afwasbakje of de gootsteen met water. Schrob de schorseneren onder water vrij van aarde. Laat langs elke wortel nog even stromend water lopen, en leg ze apart. Dep ze goed droog met een schone theedoek. Laat ze 10 minuten liggen om verder te drogen.
Zet een frituurpan of wok met olie of vet op.
Schil de schorseneren niet. Snijd ze in de lengterichting in vier lange slierten. Leg die slierten in de frituur.
Maak een sausje door crème fraiche zachtjes op te warmen met wat geraspte oude kaas erdoor. Doe de stukjes gekookte schorseneer en wat verse bieslook in de saus. Warm even op en breng op smaak met peper, zout, en nootmuskaat.
Schorsenerensoep, toast met brie en winterpostelein
7 ons schorseneren, 2 uien, boter, 2 laurierbladen, 2 theelepels gedroogde tijm of majoraan, 1 theelepel gemalen koriander, 1 bouillonblokje, 4 dl melk, 1 dl slag- of koksroom, 1 eetlepel aardappelmeel, of maizena. Toast, brie, en een handje winterpostelein.
Serveer er toast bij, met plakken brie erop en wat grof gesneden winterpostelein.
Meer informatie over schorseneren
De naam komt van ‘escorzona’. Zo heten ze in Spanje, het land waar ze het eerst werden geteeld. In Nederland werden ze vrij veel gegeten tot het midden van de vorige eeuw. Aan bijnamen geen gebrek : winterasperges, armeluisasperges en keukenmeidenverdriet. In smaak, geur en kleur lijken de schorseneren, die vanaf oktober te krijgen zijn, op het witte goud. Het is lastig om ze van aarde te ontdoen (boenen) en bij het schillen met de dunschiller worden je handen plakkerig ; keukenmeidenverdriet.